Image item
 
Boeren en provincies 
meer op één lijn dan gedacht
Aanbevelingen voor het proces 
naar een toekomstbestendige landbouw
 
Zo’n tachtig belangstellenden waren op woensdag 22 februari 2023 aanwezig bij de ledendag van de Transitiecoalitie Voedsel (TcV) in Ede. De aanwezigen waren een mix van provinciale politici, wetenschappers, bestuurders en boeren. Dit leverde veel kennisuitwisseling, levendige debatten en nieuwe kennismakingen op.
 
Directeur Willem Lageweg van TcV trapte af met de uitspraak dat we nu met de landbouw en voedseltransitie midden in de fase van chaos zitten. ‘Iedereen zegt dat het anders moet of kan, maar er is veel weerstand, onbegrip en er is een weerbarstig bestaand systeem. Dat leidt tot begrijpelijke emoties en spanningen op alle fronten. Hoe komen we daar uit? Hoe doen we dat in gebiedsprocessen en wat verwachten we hierbij van de overheid? Daar gaan we het vanmiddag over hebben.’
 
 
 

 
Ruimte nodig om zelf met een plan te komen
 
Het eerste deel van de middag stond in het teken van de rol van de provincie. Drie boeren kwamen aan het woord over hun ervaringen met de gebiedsgerichte aanpak. De melkveehouders uit de Achterhoek, Brabant en de Alblasserwaard gaven alle drie aan dat ze vooral ruimte nodig hebben om zélf met een plan te komen. En dat ze lijden onder langdurige onzekerheid. Cees de Jong uit de Alblasserwaard: ‘Gebieden zijn niet dom. We hebben in ons gebied zelf het initiatief genomen en weten wat de thema’s en opgaven zijn. Wij hebben benoemd wat we nodig hebben om de omslag te kunnen maken en vervolgens de gedeputeerde uitgenodigd. We hebben met elkaar afgesproken hoe we het gebiedsproces gaan doorlopen. Het is cruciaal om vanuit de gebiedskennis doelstellingen te halen.’
 
Jan Willem Straatsma is transitie-ondersteuner in de gebiedsgerichte aanpak: ‘Met een gebiedsgerichte aanpak zoek je naar de x-factor in gebieden: bezieling. En dat zie je nu al op veel plekken gebeuren. Mensen met hart voor het gebied en het eigen bedrijf. Vaak creatieve mensen met veel kennis. Ze nemen andere mensen op sleeptouw.’ Co-creatie is nodig. Co-creatie door burgers, overheid, boeren en maatschappelijke organisaties. Die samen een plan maken en dat uitvoeren’.
 
Image item
 

 
Laat de boer niet alleen staan bij zijn keuzes
 
Alex Datema is voorzitter van de koepelorganisatie van agrarische natuurbeheerverenigingen, BoerenNatuur. Hij gaf een toelichting op het initiatief Boerenperspectief. ‘Wat in een gebiedsgerichte aanpak wel eens ondersneeuwt is dat iedere individuele boer keuzes moet maken. De grote transitie waar we voor staan begint en eindigt altijd aan een boerenkeukentafel. Er zijn veel partijen om boeren te helpen. Maar onafhankelijke begeleiding van het hele proces om tot een keuze te komen ontbreekt vaak.’
 
Datema gaf aan dat een dergelijk begeleidingsprogramma een lange looptijd moet hebben. ‘Sommige mensen, zoals piekbelasters, moeten een keuze binnen 1 jaar maken. Maar sommigen pas over 5-10 jaar.’ Boerenperspectief wil voortbouwen op de kennis die er in gebieden al is. ‘Het idee is om in heel Nederland knooppunten in te richten van netwerken per gebied en daar kijken wat er nodig is, wie wat doet en wat er extra moet worden georganiseerd.’ 
 
Image item
 

 
Alleen samen, boeren en provincie, 
kunnen we de transitie vormgeven
 
Het eerste deel van het programma werd afgesloten met een debat. Maar omdat debatten vaak polariserend kunnen werken, werd gekozen voor een variant waarbij de aanwezigen op een lijn moesten staan om aan te geven in hoeverre ze het eens of oneens waren met een stelling. Verschillende mensen op die lijn mochten hun keuze onderbouwen waarna de aanwezigen de mogelijkheid kregen om op de lijn te veranderen van plek. Dit leidde tot een levendig geheel met heel uiteenlopende meningen.
 
De stellingen gingen over de rol van de provincies in voedseltransitie, de plek die de provincies hierin moeten innemen en de rol van de rijksoverheid. Willem Lageweg vatte het geheel samen met: ‘Er is vanmiddag breed gepleit voor heldere visies en een lange termijn beleid van de overheid. Start met het uitgangspunt : Bodem en water zijn leidend. Als je daarop doordenkt kom je in een gebiedsgerichte aanpak. De overheid heeft een belangrijke rol in visie. Bouw bij het oplossen van vraagstukken voort op bestaande structuren in de gebieden. Er is daar vaak al een lange geschiedenis van samenwerken. En geef mandaat voor processen van onderop. Daarnaast is het belangrijk om met een integrale aanpak te komen en met een gezamenlijk plan. Als het gaat om oplossingen dan heb je elkaar allemaal nodig. Ik roep politici op: ‘Zet in deze geest de campagne voort.’ Laat de boeren in deze spannende tijden niet alleen staan en neem in de coalitieakkoorden steun voor het Boerenperspectief initiatief op.
 
Essentie Boerenperspectief initiatief
Onafhankelijke en langjarige begeleiding van boeren bij de ingrijpende beslissingen die zij over de toekomst van hun bedrijf en bedrijfsmodel moeten nemen. Dat zijn eerst en vooral sociaal psychologische processen en vervolgens meer bedrijfsmatige vraagstukken. Het gaat erom dat de mens centraal staat en dat de boer zich gesteund weet door personen/partijen die deskundig en onafhankelijk naast hem kunnen staan. Voor meer informatie: m.vreriks@vkon.nl of arja@transitiecoalitievoedsel.nl
 
 
 

Behoefte aan visie vanuit de overheid; 
geen stip maar een brede horizon.
 
Het tweede deel van het programma ging in op de toekomst van de landbouw in 2040. Willem Lageweg trapte af met een toelichting op de Transitiecoalitie Voedsel, een multistakeholder-organisatie van koplopers en pioniers, ondernemers, boeren, kennispartijen en NGO’s in de wereld van landbouw, voedsel, natuur en gezondheid. ‘Wij vinden dat het huidige landbouw- en voedsel systeem teveel nadelige effecten (externaliteiten) heeft om op de oude voet door te gaan. We hebben het over serieuze zaken want ons land telt jaarlijks 13.000 voedsel gerelateerde doden. En uiteindelijk willen we naar zo veel mogelijk gezonde levensjaren in een natuurlijke omgeving voor iedereen. Hier ligt vooral een rol en verantwoordelijkheid voor de verwerkers en aanbieders van voedsel. Zij hebben meer invloed en mogelijkheden tot een andere aanpak dan consumenten en boeren. 
 
De coalitie denkt vanuit transitiemodellen. Lageweg: ‘Transities verlopen in fasen. Per fase zijn specifieke interventies nodig om de verandering te versnellen. Met landbouw en voedsel zitten we nu in een fase waarbij je van de overheid een brede visie mag verwachten. Geen stip op de horizon, maar een brede horizon.’ 
 
Lageweg ziet drie ontwikkelingen die kansen bieden voor de agrarische sector. ‘We moeten van een model waarin volume en lage prijs leidend zijn naar bodem, water en diversiteit als leidende uitgangspunten. We moeten van veel dierlijke eiwitten naar veel meer plantaardige eiwitten. En we moeten in de landbouw van een focus op producten naar veel meer aandacht voor diensten. Nu komt nog 90% van het inkomen van een boer uit producten waarvoor vaak veel dure grond nodig is. Ik voorzie dat in de komende jaren wel 35% van het inkomen van veel boeren uit diensten kan komen (denk aan ecosysteemdiensten; zorg; recreatie; kennis etc). Die verandering is al gaande en past heel goed bij landbouw in een druk bevolkte regio waar de slag om ruimte en grond onverminderd voortgaat terwijl de behoefte aan met de landbouw verbonden diensten almaar toeneemt.’
 
Lageweg geeft ook aan hoe dat zou moeten. ‘De overheid moet de markt corrigeren. De markt zal uit zichzelf de boer in onvoldoende mate voor duurzaamheid belonen. Er is een sturende werking van de overheid nodig. Zoals zij dat ook in andere sectoren doet. Nu stimuleert de overheid al vele jaren via ha premies schaalvergroting. De focus moet op duurzaamheid. Bijvoorbeeld kan de overheid marktpartijen (industrie en retail) verplichten boeren die goed scoren op NPLG-doelen hiervoor een extra vergoeding te betalen. Ook langjarige ecosysteemvergoedingen passen in dit rijtje of aangepaste pachtprijzen voor boeren die duurzaam boeren.’ 
 
Image item
 

 
‘We hebben voedselbeleid nodig’
 
Jeroen Candel, universitair hoofddocent bij de WUR, gaf de aanwezigen drie hoofdboodschappen mee. Ten eerste: ‘Het voedselsysteem overschrijdt momenteel de planetaire en ecologische grenzen. We moeten van een discussie over het landbouwsysteem naar een discussie over het  voedselsysteem als geheel. We hebben voedselbeleid nodig.’ 
 
‘Een derde van de klimaatproblemen komt vanuit landbouw. De biodiversiteit wereldwijd en de kwaliteit van de natuur zijn drastisch gekelderd. Landbouw en het voedselsysteem zijn hiervan de grote oorzaak. Maar niet alle kosten van de voedseltransitie moeten op het bordje van de boer. Vlaanderen en Duitsland zijn bezig met voedingsbeleid om voedingspatronen te veranderen. In NL is dit nog een politiek taboe.’ 
 
Daarmee komt Candel tot zijn tweede boodschap: ‘Laten we transitiedenken serieuzer nemen. Laten we disruptieve innovatie omarmen. Politici praten over transitie, maar maken beleid om het bestaande te ondersteunen. Transitie is meer dan een ‘buzz-word’. De markt sorteert er al op voort met meer plantaardige alternatieven.’ Transitie hoeft volgens Candel niet negatief voor de boeren uit te vallen. ‘Het kan leiden tot 70% hogere inkomens voor Europese boeren, wat echter niet geldt voor boeren uit de dierlijke sector in Nederland. 
 
De derde boodschap die Candel de deelnemers mee wil geven is: denk internationaal. ‘Het Nederlandse landbouwbeleid wordt meer in Brussel bepaald dan in Den Haag. Denk aan de Farm to Fork-strategie en nieuwe wetten en wetsvoorstellen rondom minder pesticiden, de nieuwe natuurbeschermingswet, voedselsysteemwet, industriële emissies richtlijn, crispr-cas, wetgeving tegen ontbossing. Elk van deze EU wetten heeft impact op het boerenerf.’ 
 
Image item
 

‘De overheid is een must om versnelling te krijgen’
 
Ook dit programma-onderdeel sluit af met een debat. De stellingen gaan over de toekomst van de landbouw en de rol van de landelijke en Europese overheid hierin. Er wordt verschillend geoordeeld over de mate waarin de overheid moet ingrijpen maar de meeste aanwezigen zagen voor de overheid een grote rol. Natascha Kooiman van TcV omschrijft het als volgt: ‘De overheid is een must om versnelling te krijgen. Er is visie nodig. Niet alleen visie, maar ook doelen die we moeten bereiken. Er moet een partij zijn die al die maatschappelijke belangen overziet en van daaruit zegt welke kant we opgaan.’
 
De laatste stelling gaat over de werkwijze van TcV zelf. Namelijk: interventies van de TcV zijn altijd oplossingsgericht en daar past naming en shaming niet bij. Het merendeel vindt dat ‘naming’ van koplopers wel mag. Over ‘shaming’ van boosdoeners verschillen de meningen. Sommigen pleiten voor een duidelijker stellingname door TcV. Lageweg is het hiermee eens: ‘We praten over de ongemakkelijke waarheid. Maar over en met individuele partijen praten we meer in de binnenkamer dan in de publiciteit. We zijn oplossingsgericht en dat brengt ons ook aan tafel. Maar ik ben het eens met de stelling dat we ons ook extern duidelijker en vaker kunnen uitspreken. Dat gaan we in de komende periode ook doen.’
 
 
 

 
‘Denk groot, maar begin klein. Begin morgen’
 
Lageweg sluit de middag af met een aantal toekomstperspectieven die hem hoop geven. ‘de beweging van onderop groeit en wordt steeds sterker. Dat zie je o.a. bij de verdergaande samenwerking rond het groenboerenplan. Mensen nemen steeds meer het initiatief in eigen hand.’
 
Daarnaast verwacht hij dat financiële partijen zoals toezichthouders, centrale banken en ministeries van financiën steeds meer zien dat de externe effecten en risico’s van de oude economie zo groot worden dat er harder zal worden ingegrepen. Dat betekent dat vervuilers steeds zwaarder worden belast en beboet en daardoor snel concurrentievoordeel gaan verliezen. Het zou mooi zijn als de partijen die voorop gaan in duurzaamheid steeds meer extra worden beloond. Dat zou de transitie enorm kunnen versnellen’.
 
Tot slot: ‘we hebben mensen nodig die denken ‘Het kan me niet schelen wat er gebeurt, maar ik begin gewoon’. Daar moeten we het van hebben. Als je klimaat, diversiteit of duurzaamheid belangrijk vindt, leef dat dan voor en stel het aan de orde in je eigen cirkel van invloed. Be the change you want to see.’
 
Dagvoorzitter Lara Sibbing vult hierop afsluitend aan met de woorden: ‘Denk groot, maar begin klein. Begin morgen.’ Om daarna snel op te kunnen schakelen.
 

 
 
Om onze transitieversnellende activiteiten te kunnen faciliteren, leunen we sterk op de inzet van kwartiermakers, thematrekkers en vele vrijwilligers. Een financiële bijdrage van onze relaties is essentieel om impact te blijven maken. Daarom willen we je vragen om een financiële ondersteuning in de vorm van een lidmaatschap of donatie.  
 
Sluit je vandaag nog aan bij TcV om samen impact te kunnen maken. 
 

Terugblik in foto's
 
 

Transitiecoalitie Voedsel (TcV) is een coalitie van Nederlandse koplopers in de wereld van landbouw, voedsel, natuur en gezondheid. Door krachten te bundelen werken we aan een toekomstigbestendig landbouw- en voedselsysteem. TcV wordt mede mogelijk gemaakt door de steun van Stichting DOEN. 

LinkedIn
Twitter